P

Drs. Mariëtte Paris-Vankan HHSG-21 2011 Monumentale beglazing in het Geuldal van 1853 tot circa 1930. 6-117
De doelstelling van dit artikel is een overzicht te geven van de monumentale glaskunst in het Geuldal van 1855 tot circa 1930. In 1855 richtte Frans Nicolas Sr. (1826-1894) in Roermond zijn atelier voor de glasschilderkunst op. Hij zorgde hierdoor voor een herleving van de glasschilderkunst in Limburg en Nederland. Behalve dit atelier voerden vóór 1930 ook atelier Gebroeders Den Rooijen uit Roermond en een aantal Duitse ateliers ramen uit in het Geuldal. Zij zorgden ook voor de ontwerpen. Soms worden ontwerpen of delen ervan op verschillende plaatsen gebruikt. De meeste ramen uit deze periode bevinden zich in kerken. De ramen die zich in het Geuldal nog in gebouwen bevinden zijn geïnventariseerd. Daarbij is uiteraard gekeken naar de voorstelling, de schenkers, de ateliers en de plaats in het gebouw.
Drs. Mariëtte Paris-Vankan HHSG-26 2016 Een oorlog, een vluchteling en een molen aan de Geul. 118-137
Tijdens de Eerste Wereldoorlog vlucht de Belgische kunstenaar Jan van Puijenbroeck uit Antwerpen. Hij betrekt een atelier in de Oliemolen te Rothem – Meerssen. Hier komt een aantal gearriveerde en aankomende kunstenaars samen. Daar discussiëren ze over kunst en trekken erop uit om te schilderen. Ze schilderen vooral de omgeving van de Geul op loopafstand van het atelier. Deze groep heeft men de naam de Meerssense School gegeven. Hiertoe behoren Willem van Konijnenburg, Alphons Volders, Charles Eyck, Jos Tielens, Herman Koch, Harrie Koolen en Matthieu Delnooz. Onderzoek van archieven, collecties en contacten met familieleden geven een duidelijker beeld van de invloed van Jan van Puijenbroeck op hun oeuvre, carrière en hun onderlinge relaties.
A.S.M. Patelski HHSG-21 1992 De familie Kicken uit Wijlre in de zeventiende en achttiende eeuw. 7-64
De familie Kicken komen we tot op de dag van vandaag tegen in verschillende plaatsen. De auteur laat aan andere onderzoekers zien hoe men te werk moet gaan wanneer zij bij gebrek aan registers van doop, huwelijk of overlijden met het opstellen van een stamboom dreigen vast te lopen.
A.S.M. Patelski HHSG-3 1993 Valkenburg in 1919 in de ban van België? 176-202
Zie Rob P.W.J.M. van der Heijden
A.S.M. Patelski HHSG-4 1994 De inwoners van Simpelveld en Bocholtz in 1694. 55-72
De volkstelling, die in 1796 en de jaren erna in de departementen van de Nedermaas en de Roer werden gehouden, geniet onder andere bij streekhistorici en genealogen wijde bekendheid. Dat er ruim honderd jaar eerder, tijdens de negenjarige Oorlog tegen Frankrijk (1688-1697), een vergelijkbare volkstelling werd verordonneerd voor Limburg en de drie Landen van Overmaas, is amper bekend. In deze bijdrage worst ingegaan op deze volkstelling en de lijst van alle inwoners van Simpelveld en Bocholtz uit 1694 geheel weergegeven.
A.S.M. Patelski HHSG-22 2012 De familie Crutzen en enige bekende personen met voorouders uit Wijlre. 220-263
Wat hebben schrijfster Daphne Deckers, pianist Peter Caelen, beeldend kunstenaar Gène Eggen (1921-2000), accordeonist Hubert Kicken (1921-1994), radio- en televisiepresentator Felix Meurders, mezzosopraan en solozangdocente Yvonne Schiffelers, minister en vicepremier Maxime Verhagen en muziekpedagoge Gemma Visser met elkaar gemeen? Zij hebben allen voorouders die leefden te Wijlre. Ook de Nederlandse actrice Carine Crutzen, dirigent Enrico Delamboye, sopraan Kelly God, schrijver en uitgever Lou Heynens, wielrenner Rob Ruijgh en parochieherder Frans Crutzen hebben wortels in Wijlre. Zij stammen af van de familie(s) Crutzen die in de 18e eeuw leefde(n) in de vrije rijksheerlijkheid Wijlre. Redenen genoeg om de familienaam Crutzen uit Wijlre genealogisch nader te bezien.
J.F. Rudolf Philips HHSG-11 2001 Neêrlands lustwarand. Groei en ontwikkeling van het toerisme in het Zuidlimburgse Heuvelland. 49-108
Zie Rob P.W.J.M. van der Heijden
J.F. Rudolf Philips HHSG-12 2002 Neêrlands lustwarand, Groei en ontwikkeling van het toerisme in het Zuid-Limburgse heuvelland, II. 1940-2001. 153-209
Zie Rob P.W.J.M. van der Heijden
J.F. Rudolf Philips HHSG-16 2006 De opkomst van het Geuldal als toeristenstreek. 209-281
Ongeveer honderd jaar geleden begonnen Hollandse toeristen het Geuldal te ontdekken. Valkenburg had toen al een bekende naam, maar nu gingen zij ook andere plaatsen verkennen. Ondanks de nog primitieve accommodaties viel de streek erg in de smaak bij de vakantiegangers. Uit hun spontane reacties bleken vooral het geheel andere landschap en de eigen streekcultuur indruk te maken. Wat thans het meeste opvalt is de kleinschalige beslotenheid van deze plaatsen en de goedmoedige gastvrijheid van de eerste hoteliers. En niet minder welke grote ruimtelijke veranderingen dit toerisme teweegbracht. De opgenomen illustraties, uit de tijd zelf, zullen zeker een nostalgisch effect achterlaten.
J.F. Rudolf Philips HHSG-24 2014 Biografische notities over dr. Jan Willem Alphons Erens (1859-1947). 47-78
In Valkenburg hadden twee partijen het jarenlang met elkaar aan de stok. Hun voormannen waren wethouder Theodoor Dorren en burgemeester Alfons Erens. Aangezien de bronnen hierover geen goed beeld geven, heeft de auteur aanvullende informatie verworven via oral history. Deze studie beperkt zich niet tot Valkenburg, maar schetst een beeld van de hele levensloop van Alfons Erens. Zijn optreden en beleid inzake het opkomend toerisme komen uitdrukkelijk aan de orde. Daarnaast is er aandacht voor zijn verdere carrière, m.n. bij de Maastrichtse Spijker- en Draadnagelfabriek. Bent u geïnteresseerd in de geschiedenis van het toerisme, van Valkenburg of Maastricht, dan moet u dit artikel lezen.
H. Pisters HHSG-3 1993 In het hol van ‘de Leeuw’: een kalksteenwand met prehistorische vuursteenmijnen in Valkenburg aan de Geul. 7-35
Zie F.T.S. Brounen
H.A.G.M. Pisters HHSG-10 2000 Chronologisch overzicht van het prehistorisch onderzoek in de regio Valkenburg, Zuid-Limburg. 97-124
Huub Pisters gaf zijn bijdrage de titel Chronologisch overzicht van het prehistorisch onderzoek in de regio Valkenburg, Zuid-Limburg. De vuursteenexploitatie in Zuid-Limburg werd in het verleden met name toegeschreven vaan Rijckholt – Sint Geertruid. Inmiddels is ook Valkenburg op dit punt een begrip geworden in de archeologische wereld. Slechts weinigen kennen het proces dat uiteindelijk leidde tot een opwaardering van het belang van de omvang en exploitatiewijze van Valkenburg-vuursteen tijdens het Neolithicum. Huub Pisters baseert zijn bijdrage op publicaties, dagboekfragmenten, correspondentie, persoonlijke aantekeningen en veldervaringen. Hij streeft daarbij niet naar volledigheid, maar tracht wel een helder inzicht te geven in de moeizame ontwikkeling van kennis en inzichten. Huub Pisters toont in deze bijdrage duidelijk een dat de regio Valkenburg op prehistorisch gebied heel wat te bieden heeft.
P. Ploegaerts HHSG-3 1993 In het hol van ‘de Leeuw’: een kalksteenwand met prehistorische vuursteenmijnen in Valkenburg aan de Geul. 7-35
Zie F.T.S. Brounen
Prof dr. P.G.J. Post HHSG-20 2010 Personen en Patronen. Het ontstaan van de Romeinse Katakomben in Valkenburg. 244-287
Honderd jaar geleden, in de zomer van 1910, werd het eerste gedeelte van de replica van delen van katakomben in Rome officieel geopend als ‘attractie’ in Valkenburg. En nog steeds kan dit bijzondere project worden bezocht in nagenoeg exact dezelfde staat als honderd jaar geleden. In deze bijdrage richt de auteur zich op het ontstaan van dit monument in die periode aan het begin van de vorige eeuw. De hoofdinteresse gaat daarbij uit naar de achtergrond of context waarin het ontstond. De dragende these is dat die complex en meervoudig is, complexer en meervoudiger dan tot nu toe in studies wordt gesuggereerd. Het gaat om een complex samenspel van een reeks van zeer bepaalde en verschillende culturele en maatschappelijke settings die we mede op het spoor komen door een reeks centrale personen nader te bezien. Het onderzoek maakt duidelijk dat het hier in menig opzicht een specifieke Nederlandse context betreft waarin het katakombenproject kon ontstaan. Ik leg hiermee een duidelijk ander accent dan bijvoorbeeld in enkele Duitse studies ten aanzien van het ontstaan van de Valkenburgse Katakomben.