W

L. Walschot HHSG-9 1999 De gravures onder de kasteelruïne van Valkenburg. 7-64
Zie J.P. de Warrimont
J.P. de Warrimont HHSG-8 1998 Midden-paleolithische voedselverzamelaars in en rond het Geuldal. 187-204
Zie J.C.A. Kolen
J.P. de Warrimont, W.M. Felder, J. Orbons, B. Schaap en L. Walschot HHSG-9 1999 De gravures onder de kasteelruïne van Valkenburg. 7-64
Over de gravures met jachttaferelen op een kalksteenwand onder de ruïne van Valkenburg, die Theodoor Dorren in 1932 beschreef, zijn de afgelopen decennia soms felle discussies gevoerd. Meerder wetenschappers en ook anderen hebben ver uiteenlopende ideeën hierover op papier gezet. De herontdekking van de verloren gewaande rotstekeningen was aanleiding om een werkgroep te vragen een advies uit te brengen voor verder onderzoek. Deze werkgroep geeft in dit jaarboek een analyse van de studies uit het verleden en gaat nader in op de ‘grot’, de geologie en op de stilistische kenmerken van de gravures. Bovendien beoordeelt de werkgroep de waarde van de rotswand voor toekomstig archeologisch onderzoek.
J.P. de Warrimont HHSG-29 2020 Steentijdarcheologie en het prehistorisch lösslandschap van Zuid-Limburg 28-57
De bijdrage is gebaseerd op vier archeologische vindplaatsen in het Zuid-Limburgse lösslandschap. Op basis daarvan is het prehistorisch landschap gereconstrueerd. Daarnaast wordt stilgestaan bij sporen uit de Steentijd die voorkomen in deze regio.
H. Weinberg HHSG-18 2008 ‘Het adelijck goet ende hof van Hurpesch’. 242-281
Dit artikel neemt als uitgangspunt de hoeve Hurpesch, gelegen tussen Mechelen en Epen, die voor het eerst vermeld wordt in de veertiende eeuw. Behandeld worden de geslachten waaraan het huis zijn naam gaf en de adellijke eigenaren tot de Franse tijd. Speciale aandacht is er voor het geslacht Van Horpusch, waaruit Balduinus van Horpusch, abt van Kloosterrade, voortkwam.
H. Weinberg HHSG-23 2013 Kasteel Oost bij Valkenburg en zijn bezitters. 186-245
Deze bijdrage biedt voor het eerst een volledig overzicht van de geschiedenis van Oost als adellijk huis. Deze blijkt terug te gaan tot de Middeleeuwen. Er worden twee eeuwen toegevoegd aan de tot nu toe bekende historie van Oost of ‘Oys’, zoals het vroeger heette. In de beschrijving van zes eeuwen adellijke bewoning passeert een tiental adellijke geslachten die het huis in bezit hadden de revue. In de eerste eeuwen van het bestaan van kasteel Oost werd het bewoond door edellieden uit de regio. Daarna komt het in bezit van meer ‘internationale’ adellijke families, waarbij het laatste geslacht drie nationaliteiten kende. In 1945 eindigde de periode van adellijke bewoning. Ook wordt enig nieuw licht geworpen op de bouwkundige geschiedenis van het kasteel.
Van Wersch HHSG-5 1995 Bestraffing met boetetochten door de schepenbank van Epen (1547-1580). 30-43
Vrijwillig ondernomen en door kerkelijke en burgerlijke rechtbanken opgelegde bedevaarten kwamen in diverse gewesten van de Nederlanden veelvuldig voor. Het artikel behandelt een aantal strafbedevaarten die slachtoffers van geweld uit het Zuidlimburgse Epen voor de schepenbank vorderden. De auteur omschrijft hoe de schepenen van Epen aan de hand van het gewoonterecht deze rechtszaken beoordeelden.
I.M. van Wijk HHSG-20 2010 Alexander Verpoorte en Hub Pisters Een abri op de Däölkesberg? 70-85
De Däölkesberg is gelegen aan de noordelijke helling van het Geuldal tussen Oud-Valkenburg en Walem. Ze heeft een kalksteenwand waarin diverse uithollingen zijn te zien. Een grote holte of grot in de kalksteenwand wordt verondersteld een abri (natuurlijke overhanging) te zijn die mogelijk in de steentijd is gevormd. In de grot is namelijk in 1979 door lokaal archeoloog Hub Pisters een proefputje gegraven, waarin enkele vuurstenen artefacten uit de prehistorie zijn gevonden. Ook in de nabije omgeving zijn voorwerpen gevonden die uit de steentijd dateren. Het geheel is veelbelovend. Is de grot door de mens of de natuur gevormd? Archeologisch onderzoek moest uitkomst bieden over de ontstaanswijze van de grot. Een samenvatting van de resultaten wordt gepresenteerd waarbij het proces van het onderzoek centraal zal staan.
L.J.J. Willems, Rob P.W.J.M. van der Heijden, H.C. Knook en H.M.M. Kwakkernaat, J. Notermans en M.H.P. Lemmens. HHSG-6 1996 Château Sint-Gerlach. Van Kluizenaarsverblijf tot hotel-restaurant. 7-67
De geschiedenis van Houthem is nauw verweven met die van de legendarische Gerlachus. Na de dood van deze kluizenaar verrees in Houthem rond 1201 een klooster van de Norbertijnen, dat later een convent van adellijke dames werd. De geschiedenis van het landgoed is er een van pieken en dalen. Zo werden de kloosterdames onder meer geconfronteerd met oorlogsgeweld. Hoogtepunt is de herbouw van klooster en kerk in de achttiende eeuw. De ontwikkelingen sinds 1783 brachten het landgoed in wereldlijke handen. In het tweede deel van dit artikel zullen onder meer de eigenaren de revue passeren en zal getracht worden een beeld te schetsen van het leven op het landgoed. De jongste archeologische en bouwkundige inzichten worden in deze bijdrage verwerkt.
L.J.J. Willems en G.P.F. Hermans HHSG-8 1998 Vijfentwintig jaar Historische Kring Land van Valkenburg en Heuvelland. 281-286
Ondanks haar rijke verleden heeft Valkenburg lange tijd geen historische vereniging gehad. In 1899 was er korte tijd een kring Valkenburg actief van het Provinciaal Genootschap Limburg. In 1972 werd de Historische Kring Land van Valkenburg opgericht. In dit artikel wordt het ontstaan en de betekenis van deze vereniging voor het Heuvelland geschetst.
L.J.J. Willems HHSG-10 2000 Hoeders van het Rechte Pad. 179-208
Leon Willems beschrijft in zijn bijdrage Hoeders van het Rechte Pad. Parochiële zielzorg in Valkenburg 1900-2000 de ontwikkelingen binnen de parochiële zielzorg aan de hand van de geschiedenis van de Valkenburgse parochie H.H. Nicolaas en Barbara. Hij schetst de ontwikkelingen, veranderingen en vernieuwing binnen de zielzorg. Tot ver in de jaren zestig bepaalden de geestelijken de koers van de zielzorg zelf. Daarna nam de invloed van de leken toe, ondanks restauratiepogingen van kerkelijke autoriteiten. De auteur heeft bijzondere aandacht voor de broederschappen en congregaties, het katholieke jeugdwerk en het vormingswerk. Het geheel wordt geplaatst tegen de achtergrond van landelijke en internationale kerkelijke ontwikkelingen.
L.J.J. Willems en K. Essers HHSG-13 2003 ‘Eene inrichting tot verschaffing van stroomen’. Valkenburg en de elektriciteitsvoorziening 1900-1910. 245-276
De gemeente Valkenburg zocht vanaf 1897 naar mogelijkheden voor een elektriciteitsvoorziening aangezien de openbare verlichting niet meer aan de eisen des tijds voldeed. In 1900 begon de bouw van een inrichting tot opwekking van electriciteit. Dit artikel schetst de geschiedenis van deze centrale vanaf haar ontstaan tot de sluiting in 1910 en schenkt aandacht aan de mogelijkheden die daarmee ontstonden. De auteurs trachten een antwoord te geven op de vraag waarom nu juist in Valkenburg een van de eerste Limburgse elektriciteitscentrales werd gerealiseerd.
H. Winteraeken HHSG-29 2020 Hoe water het landschap vormt: het stroomgebied van de Geul. 6-27
Aan het einde van het Tertiair ligt Zuid-Limburg op een grote schiervlakte die samen met de Ardennen wordt opgeheven. Vooral water heeft dit landschap met haar uitgesproken hoogteverschillen gevormd. Deze bijdrage behandelt het ontstaan, de opbouw, processen en omstandigheden die tot dit dalenlandschap hebben geleid.
L. Wolters HHSG-6 1996 Schutterij Sint Georges Simpelveld. Een schets van de vereniging gedurende het Ancién Regime. 99-139
De geschiedenis van schutterij Sint Georges geeft ons niet alleen zicht op het schuttersgebeuren in de 17e en 18e eeuw, zoals lidmaatschap, reglement en koningsvogelschieten, maar ook op andere aspecten van het leven op het Zuidlimburgs platteland, zoals facetten van het kerkelijk leven. De lijsten van overleden schutters, van de leden en koningen van de schutterij maken deze bijdrage extra aantrekkelijk voor genealogisch geïnteresseerden.