B

Bazelmans, Bakels en Kocken HHSG-14 2004 De Romeinse wachtpost op de Goudsberg 61-86
Sinds 1870 is bekend dat op de Goudsberg bij Valkenburg een in steen uitgevoerd en omgracht gebouw uit de Romeinse tijd heeft gestaan. De Leidse archeoloog Holwerda heeft in 1915 aangetoond dat het een bescheiden wachtpost betrof uit de periode rond 300 na Chr. In september 2002 is er een veldonderzoek op de Goudsberg uitgevoerd, dat een goed beeld geeft van de huidige staat van de resten. Deze bijdrage is een verslag van de opgraving in 2002.
Berkum O.S.B., Augustinus van HHSG-17 2007 Problemen in de zielzorg rond de proosdij van Meerssen in de 12e eeuw. 136-151
Dankzij het rijke bronnenmateriaal over Meerssen in de Middeleeuwen is het mogelijk ons een idee te vormen over de aspecten van het leven en streven van zowel de plaats zelf en dan vooral van de proosdij, alsook van de wijde omgeving, het latere land van Valkenburg. Deze bijdrage gaat vooral over de menselijke en pastorale zijde van de uitgestrekte parochie Meerssen en de daaronder ressorterende kapellen. Na een karakterisering van de kerkelijke en maatschappelijke situatie in het algemeen spitst het onderzoek zich toe op de Maasgouw, vooral gedurende de tijd van koningin Gerberga en de twaalfde eeuw. Het eindigt bij het conflict in het kerspel Meerssen en een historische en diplomatieke behandeling van de oorkonde die de vrede moest herstellen. Meerssen kan als karakteristiek voorbeeld gelden voor de talrijke parochies die vele abdijen in de loop van de 12e eeuw wisten te verwerven. Met een kritische beschouwing over de ontwikkeling besluit dit artikel.
Bertha HHSG-4 1994 Neutral Moresnet im preussischen Abgeortnetenhaus 135-145
In 1816 werd een gedeelte van de gemeente Moresnet onder het gemeenschappelijk bestuur van Pruisen en Nederland gesteld. In 1897-1898 lanceerde Theodoor Mooren in Berlijn een voorstel voor de oplossing van het probleem ‘Neutral-Moresnet’. Het artikel behandelt zijn voorstel en de reactie daarop.
Bertha en Schrymecker HHSG-7 1997 Amikejo: de plaats van vrienden. 200-211
In deze heemkundige bijdrage wordt het Esperanto-experiment in het neutrale staatje Moresnet in het begin van de 20e eeuw beschreven. De Franse esperantist Gustave Roy wilde Mores­net het wereldcentrum van de Esperanto-beweging maken. Voor dit idee kreeg hij steun vanuit Moresnet, onder meer van de arts Molly, burgemeester Hubert Schmetz en van de mijn­bouwmaat­schappij ‘Vieille Montagne’. Nog voor het Espe­ranto-wereldcon­gres van 1908 te Dresden, waar Roy voldoen­de steun zou krijgen voor zijn plan, werd te Kelmis de Esperan­to-staat uitgeroepen. Het wereldcentrum is evenwel nooit gereali­seerd en de Esperanto-staat ‘Amikejo’ overleefde de Eerste Wereldoorlog niet.
Bertram, Peter HHSG-9 1999 Lijst van families in de bank Holset-Vaals-Vijlen 155-184
In 1665 moesten de ingezetenen van de Staatse delen van de Landen van Overmaas op bevel van de Staten Generaal een ‘Capitale schattinge’ betalen indien hun bezittingen minimaal 2000 gulden waard waren. In de periode 1-3 juni 1665 werden in de bank Holset-Vaals-Vijlen de families geregistreerd die blijkbaar aan dat welstandscriterium niet voldeden. De auteur brengt de registratie in beeld en geeft een overzicht van de betrokken ingezetenen met vermelding van hun beroepen en/of functies. De genealogische gegevens zijn door middel van alfabetische registers op persoons-, plaats- en functienamen optimaal toegankelijk gemaakt.
Bertrand R.M.M. HHSG-3 1993 Een schets van de bevolkingsontwikkeling in zuidelijk Zuid-Limburg 1650-1796. 36-57
Zie J.M.H. Mosmuller, (HHSG 3; 1993, 36-57)
Boersma HHSG-7 1997 De familie Dolmans. 141-158
In de streek die globaal wordt begrensd door Bunde, Meerssen, Valkenburg en Maastricht is door de auteur gezocht naar de herkomst van een verhaal van een van zijn voorouders over de familie Dolmans, die ooit woonde en werkte op plaatsen in de regio, die ook thans nog tot de verbeelding spreken, zoals de kastelen Bethlehem en Jerusalem in Limmel. Een beeld wordt geschetst van de onderlinge samenhang van veel fami­lies, die de streek vorm gaven en waarmee velen zich door hun af­stamming verbonden zullen voelen. In zijn schets, die ruwweg de periode van 1600 tot 1800 in­sluit, worden verbindingen gelegd tussen de feitelijke gege­vens van een deel van de familie Dolmans en de wereld erom­heen.
Boogard, Jac van den HHSG-11 2001 Regouts rijkdom De villa’s van Petrus Regout tussen Meerssen en Maastricht. 01-07-48
Petrus Regout [1801-1878] stierf in 1878 als een in zakelijk opzicht geslaagd en puis- sant rijk man op het landgoed Vaeshartelt. Hij wilde langs de weg van Meerssen naar Maastricht een parklandschap realiseren van welhaast Italiaans aandoende aris- tocratische allure. In deze bijdrage worden die villa’s van Petrus Regout beschreven.
Bosch, en Van den en Laheij HHSG-25 2015 Spoor en post in het Geuldal. 105-127
In 1853 wordt de spoorlijn Maastricht – Aken geopend. Het is de derde spoorlijn in Nederland en de eerste die grensoverschrijdend is. Naast het gegeven dat het voor instellingen en bedrijven interessant is om zich aan het tracé van de spoorlijn te vestigen, ziet ook de post mogelijkheden om het postwezen langs de spoorlijn verder te ontwikkelen. Zo worden er speciale hulppostkantoren opgericht en komt er later ook het postkantoor in de trein. Deze bijdrage geeft een bijzondere kijk op de ontwikkeling van het postwezen op deze spoorlijn.
Brounen, Pisters en Ploegaerts HHSG-3 1993 In het hol van “de Leeuw”: een kalksteenwand met prehistorische vuursteenmijnen in Valkenburg aan de Geul. 7-35
In het noordelijk Mergelland werd in 1970 voor het eerst systematisch naar plekken gezocht, waar in de prehistorie vuursteen werd gedolven voor de productie van bijlen en andere werktuigen. De laatste jaren heeft men meer inzicht verworven in hoe men bij de winning van vuursteen te werk is gegaan. Vooral de opgraving in 1992 van restanten van vuursteenmijnen in de Valkenburgse Plenkertstraat, door het Instituut voor Prehistorie te Leiden in samenwerking met diverse amateur-archeologen, heeft een schat aan informatie opgeleverd. In het artikel zullen deze mijnen, het gereedschap van de mijnwerkers en de sporen van hun arbeid de revue passeren.